Jan 27 2010

Derde week Senegal

Bobby | Uncategorized | Reacties geven is niet mogelijk

Resuming: in Joal-Fadiouth heb ik trouwens met een paardenkar een prachtige rit gemaakt over een zoutvlakte naar, zo zei men daar, de grootste en oudste baobab ter wereld. De omtrek is 32 meter, niet gering! De baobab heeft een opening en als je binnenkomt sta je in een klein donker zaaltje. Onder de grond liggen daar talloze griots gemummificeerd (zangers/vertellers van de geschiedenis en alom gerespecteerd) en boven je hoofd hangen talloze vliegende honden, geenszins luguber?

Vanaf Mar Lodj wilde ik eigenlijk met een houten boot naar Toubakouta, maar toen bleek het grote nadeel van alleen reizen: een houten boot daarheen kost 100 euro, of je nou alleen bent of met z’n 10en. Dat heb ik maar laten zitten dus, en ik ben dus met busjes naar Toubakouta gegaan (5 busjes in totaal). Het was daar wel erg mooi, met een aanmeerplaats van pirogues (houten boot) en een groen dorp. In het hostel zaten twee Belgen die verliefd geraakt zijn op Toubakouta, een ervan was er een huis aan het bouwen, de ander zat vaak bij z’n vriendin uit het dorp. Grappige kerels, leuk om mee te hangen. Later kwam er ook een Nederlands stel dat bijna geheel zelfvoorzienend was en met een campertruck naar Senegal zijn gereden. Ze doen dat met een vaste routine: steeds 2 jaar werken om vervolgens een heel jaar op reis te kunnen.

Ook hier waren er weer pirogue trips te maken en ook hier is het weer goedkoper als je met meer mensen bent. Dus heb ik wat mensen uit het hostel verzameld en zijn we met z’n vijven le Reposoir des Oiseaux bezocht. Het is een klein mangrovebosje waar geen grond onder zit en daardoor zitten er ook geen slangen of apen. Alle vogels komen daar dus ’s avonds heen om de nacht veilig door te brengen. Als je daar een uurtje zit zie je honderden vogels aanvliegen, van heel klein tot pelikanen.

De volgende ochtend werd de niewe boot van de eigenaar van het hostel tewatergelatern en zijn we komen helpen. De mannen van het vissersdorp rukken dan uit om de boot het water in te duwen of toe te kijken.

Verder is het in Senegal overdag toch ook een hoop slenteren, zitten en thee drinken, als je het lokale ritme volgt. Het voelt erg gemoedelijk en rustig maar actief is het niet. Actief zijn kan dan ook niet zo goed: het is 35 graden en je verbrand of oververhit binnen de kortste keren als je tussen 12 en 15u buiten rondloopt, met een vervelende hoofdpijn als gevolg.

Na Toubakouta ben ik richting Tambacounda gegaan waar ik via een contact in Dakar een campement met goede djembécursussen kende. Het is een mooi campement, met een stuk of 8 hutjes en er woonde ook een Senegalese familie die het beheerde. Het heeft een simpele hurk wc en emmers voor wassen. Elektriciteit was er niet dus ’s nachts een hoop gefrunnik met zaklampen en kaarsen, en om je telefoon op te laden kun je naar een boutique en je telefoon een paar uur later ophalen. Normaal woonde op het campement ook een Amerikaan, Jessy, maar die was op reis. Daar had ik elke dag 5 uur djembe les: 3 uur in de ochtend en 2 uur in de namiddag. Daartussen viel iedereen (inclusief ik) in een diepe slaap, onderbroken door lunch en soms door het drinken van thee: het is gewoon te heet om iets te doen. Na de les kon ik vaak nog wel even naar de boutiques of de stad, al is het meestal wel fijn om voor half 8 terug te zijn: in dat gebied is nul verlichting. ’s Nachts ging ik er vaak op uit met een van de jongens daar, er zijn veel traditionele ceremonies in die buurt, waar je vaak de enige blanke bent. De laatste twee dagen moesten een paar mensen van het campement zelf optreden en kon ik meespelen, heeeel erg tof om mensen (vooral vrouwen) extatisch te zien dansen op muziek die jij maakt!

Inmiddels ben ik in Bamako, en ik moet gaan, maar ik schrijf gauw meer!

Jan 26 2010

Einde Senegal

Bobby | Uncategorized | Reacties geven is niet mogelijk

Tis een tijdje sinds m’n laatste post; het gaat allemaal goed! In de week na de laatste post heb ik eerst een schelpeneiland bezocht, dat geheel bestond uit een opeenhoping van schelpen, gevangendoor de vissers die er wonen. Midden op het eiland staat een gigantische baobab, tussen alle dicht op elkaar gebouwde huisjes/hutjes. Naast het eilandje is nog een eilandje met een kerkhof erop, ook bedekt met schelpen, een aantal baobabs en verder alleen witte kruizen, heel mooi om te zien. ’s Nachts heb ik gegeten en overnacht bij een rasta met wie ik djembe heb gespeeld, erg gezellig.

Daarna naar een eiland in een delta gegaan, mar lodj, met een mooie tocht met een houten bootje naar een campement daar. Op het campement waren drie herdershonden, erg vriendelijk, die je volgen als je naar de stad gaat. Het voelde wel gezellig =).

Aii, tijd is op, wilnog veel meerschrijven, ik probeer binnenkort weer te gaan zitten!

De eerste week is achter de rug en ik begin wel te wennen aan de manier van dingen doen hier (reizen, contacten, etc). Reizen is op de grote busstations lastig, omdat er daar 100 minibusjes gaan en nergens wordt aangegeven waarheen. Maar: er is altijd wel een jongen vriendelijk genoeg om je tegen vergoeding een relevant busje te zoeken. Al is Frans de officiele taal, je komt toch verder met Wolof (lokale taal). Gelukkig is mijn frans (net) toereikend, al blijft het lastig communiceren. In Dakar heb ik gelogeerd bij een Franse mevrouw, Michele, via een Iers-Ghanees stel (Della en Ivor) ontmoet. De eerste woont al 10 jaar in Dakar en houdt erg van muziek en muzikanten fotograferen, maar met haar dochter in Frankrijk is ze soms wel een beetje eenzaam. Elke ochtend eet ik een klein maar fijn ontbijt in haar tuin,heerlijk rustig.Della woont om de hoek en heeft ook een aantal gasten. Ze is erg praatgraag en vindt gezelschap heerlijk! Heel gezellig, in Dakar laat ze mij en een Amerikaanse logee de omgevng zien, fijn om op zo’n manier de buurt te leren kennen. Het voelt allemaal wel wat dorps en arm aan waar ze woont, weinig hoogbouw brede straten, allemaal zandwegen. Als ik de volgende dag naar centraal Dakar ga zie ik wel dat het ook aan de buurt ligt: hier zijn de straten smaller en drukker, al is er nog steeds niet veel hoogbouw. Wat zeg ik, drukker? Bij de markten is druk genoeg om me te willen laten verdwijnen! Gelukkig valt het in andere delen juist wel weer mee. Standaard lunch gehad: riz au poisson, dat hebben ze in een of andere vorm vrijwel overal. Della en Jeanne waren ook in de stad dus we hebben een stuk gewandeld daar, toch gezellig! In de dagen erna vind ik via via een drumleraar, waar ik een aantal keer een les volg: een Senegalees die in Zwitserland woont. Fijne lessen in een groot huis waar de hele familie woont: ooms tantes en veel kinderen. Na een paar dagen heb ik het wel gezien in Dakar, en ik ga verder naar de kust, Toubab Dialaw en om de files te vermijden, om 6uur ’s ochtends (gaap!). De rit is redelijk vlug (nou ja 4 uur), maar wel met met drie soorten busjes: een gewone bus, een peugeaut stationwagon (een sept-place) en een gekleurde volle 32-zitter. In Toubab Dialaw aangekomen heb ik een random ontmoeting met een lokale rastagroep , de Baye Fall. Ze zijn geloof ik wel tof maar waren net te opdringerig en stoned voor mijn doen, al hebben we wel relaxed een cafe touba gedronken. Het hostel was tof maar een beetje resortachtig en voor de deur word je wel wat opdringerig behandeld. Als je wat verder loopt is het prima, het is aan zee met klippen, maar ook bij savanne achtige heuvels met baobabs hier en daar. Met een groepje Zweden dat zat te kaarten heb ik me aardig vermaakt en ik heb lekker gezwommen maar ik had het toen weer gezien. Nu ben ik in Joal Fadiouth, een veel ‘echter’ dorpje, al vraagt wel bijna iedereen om donaties. Mooie vissersboten en een rustige rivier om de hoek, ik vermaak me wel =). Ook hier spelen er mensen djembe dus er is ook nog wat te doen =) De zuidelijke regionen sla ik over: er is iets teveel onrust, dus hierna ga ik nog naar de mangroves en dan naar Tambacounda; waar ik een week djembe lessen ga volgen als het goed is. We’ll see!