De eerste week is achter de rug en ik begin wel te wennen aan de manier van dingen doen hier (reizen, contacten, etc). Reizen is op de grote busstations lastig, omdat er daar 100 minibusjes gaan en nergens wordt aangegeven waarheen. Maar: er is altijd wel een jongen vriendelijk genoeg om je tegen vergoeding een relevant busje te zoeken. Al is Frans de officiele taal, je komt toch verder met Wolof (lokale taal). Gelukkig is mijn frans (net) toereikend, al blijft het lastig communiceren. In Dakar heb ik gelogeerd bij een Franse mevrouw, Michele, via een Iers-Ghanees stel (Della en Ivor) ontmoet. De eerste woont al 10 jaar in Dakar en houdt erg van muziek en muzikanten fotograferen, maar met haar dochter in Frankrijk is ze soms wel een beetje eenzaam. Elke ochtend eet ik een klein maar fijn ontbijt in haar tuin,heerlijk rustig.Della woont om de hoek en heeft ook een aantal gasten. Ze is erg praatgraag en vindt gezelschap heerlijk! Heel gezellig, in Dakar laat ze mij en een Amerikaanse logee de omgevng zien, fijn om op zo’n manier de buurt te leren kennen. Het voelt allemaal wel wat dorps en arm aan waar ze woont, weinig hoogbouw brede straten, allemaal zandwegen. Als ik de volgende dag naar centraal Dakar ga zie ik wel dat het ook aan de buurt ligt: hier zijn de straten smaller en drukker, al is er nog steeds niet veel hoogbouw. Wat zeg ik, drukker? Bij de markten is druk genoeg om me te willen laten verdwijnen! Gelukkig valt het in andere delen juist wel weer mee. Standaard lunch gehad: riz au poisson, dat hebben ze in een of andere vorm vrijwel overal. Della en Jeanne waren ook in de stad dus we hebben een stuk gewandeld daar, toch gezellig! In de dagen erna vind ik via via een drumleraar, waar ik een aantal keer een les volg: een Senegalees die in Zwitserland woont. Fijne lessen in een groot huis waar de hele familie woont: ooms tantes en veel kinderen. Na een paar dagen heb ik het wel gezien in Dakar, en ik ga verder naar de kust, Toubab Dialaw en om de files te vermijden, om 6uur ’s ochtends (gaap!). De rit is redelijk vlug (nou ja 4 uur), maar wel met met drie soorten busjes: een gewone bus, een peugeaut stationwagon (een sept-place) en een gekleurde volle 32-zitter. In Toubab Dialaw aangekomen heb ik een random ontmoeting met een lokale rastagroep , de Baye Fall. Ze zijn geloof ik wel tof maar waren net te opdringerig en stoned voor mijn doen, al hebben we wel relaxed een cafe touba gedronken. Het hostel was tof maar een beetje resortachtig en voor de deur word je wel wat opdringerig behandeld. Als je wat verder loopt is het prima, het is aan zee met klippen, maar ook bij savanne achtige heuvels met baobabs hier en daar. Met een groepje Zweden dat zat te kaarten heb ik me aardig vermaakt en ik heb lekker gezwommen maar ik had het toen weer gezien. Nu ben ik in Joal Fadiouth, een veel ‘echter’ dorpje, al vraagt wel bijna iedereen om donaties. Mooie vissersboten en een rustige rivier om de hoek, ik vermaak me wel =). Ook hier spelen er mensen djembe dus er is ook nog wat te doen =) De zuidelijke regionen sla ik over: er is iets teveel onrust, dus hierna ga ik nog naar de mangroves en dan naar Tambacounda; waar ik een week djembe lessen ga volgen als het goed is. We’ll see!
Niels
20 januari 2010 | 11:381
Bobby!
Tof om je shitzels te lezen. Ik wou dat ik ook al op reis was… fijn dat je effe in zo’n relaxte omgeving zit – eh zat ondertussen-, is altijd fijn om tijdens je reis van dat soort rustpunten te hebben. Zo in de tuin ontbijten enzo, relaxt!
Ik lees je graag verder bij als je wat post, maar kan dat best wel off-sync lopen, nagoed. Ik lees t graagt!
Groetjes en veel plezier daar!
Niels