Na 3 dagen terug te zijn uit Zuid-Afrika vertrok de gereserveerde ICE alweer richting Berlijn vanuit Apeldoorn. Door de vorige reis was ik nog aardig moe en het inpakken ging dan ook traag maar onzorgvuldig. Waar Meral en ik hadden gepland om 3 treinen te vroeg richting Apeldoorn te gaan werd het door tijdsnood maar 2 treinen van tevoren. In de bus richting het station gingen we alle benodigdheden nog even af, en ja, we hadden alles en ik had m’n rijbewijs bij me als ID. Maar, wacht eens even! Dat werkt helemaal niet in het buitenland, en zeker niet op het vliegtuig terug! We waren net langs de busstop Sterrenwijk, maar Meral riep “help, we moeten eruit!” Gelukkig stonden we voor een rood licht dus het mocht. Zo ben ik dus teruggerend naar m’n kamer. Sleutels bij me? Oke, doorrennen! Uitgeteld heb ik mijn paspoort gevonden en ben ik terug naar de IBB bushalte gegaan. Meral bij Sterrenwijk opgepikt, en daar gingen we weer! We konden nu, als we op het station zouden rennen, de laatste trein halen die ons naar de ICE in Apeldoorn zou brengen. Stress, stress, stress en dan zwetend neerzijgen op een plakkerige rode zitplek. Aangekomen op het station wisten we niet welke trein we moesten hebben, maar wel dat het haast had. Dus zijn we ook daar weer rondgesjeesd met een blik op ICE’s van de Deutsche Bahn. Na enkele miswandelingen zijn we aangekomen bij het goede perron. De trein was 20 minuten vertraagd

Lara (die ik kende uit Zuid-Afrika) woont in Halle, dichtbij Leipzig, zo’n 50 kilometer van Berlijn verwijderd. Meeten dus! Ze kon gelukkig vrij krijgen van haar werk (telefoontjes aannemen van gestrande auto’s bij een soort Wegenwacht). Ze heeft nu ook een nieuwe auto, maar het is weer een brakke Opel (in Zuid-Afrika was het een Opel Cub Cadett, die niet startte als de motor heet was)! Met Thomas van haar werk (waar ze geloof ik wel iets mee had, al was het niet erg expliciet) en de achterbak compleet vol stond ze bij Ostbahnhof. Meral en ik wilde eigenlijk meteen kaartjes kopen voor een nachttrein naar Kraków maar het loket was al dicht (het was 21.30). De hostels zaten vrij vol. Meral en ik hadden gereserveerd, maar Lara en Thomas niet; gelukkig konden ze uiteindelijk een double room huren die normaal €80 kost maar die ze kregen voor de helft van de prijs. Dat was ook wel handig, want de volle prijs konden ze niet betalen. We hebben verder niet zo heel veel bijzonders met ze gedaan, even uit eten en drinken, maar het was wel heel leuk om Lara weer even te zien. Wel was ze erg mager, ik hoop niet dat ze eetproblemen heeft (dat dacht ik Zuid-Afrika soms ook al.) De volgende dag moest ze om 3 uur weer werken dus hebben we weer afscheid genomen, jammer dat het zo kort heeft geduurd!

Meral en ik waren al in Berlijn geweest dus de toeristische attracties konden we overslaan. Het enige wat we wel wilden zien waren de Neues Nationalgalerie, die exposities heeft maar ook een veel te lange rij dus daar zijn we afgehaakt. Ook zijn we langs de Guggenheim Galerie geweest, één kamer met een winkeltje. De expositie was een houten DIY grasfabriek, met daarin een lopende band met bakken met gras erin. De lopende band ging onder kaslampen door, water en wind. Als het gras groot is waren er liftjes die het grasbakken op het dak tilde. Daar diende het gras als dak, tot het uiteindelijk verdorde, het grasdak was dan ook het doel van het fabriekje.

’s Avonds zijn we door Friedrichshain in de buurt van ons hostel uitgegaan wat op zich wel goed mogelijk is. De volgende dag zijn we in de buurt van Hackischer Markt rondgelopen door kunstenaars- en modewijk; wat lagen daar veel leuke kleren! Uiteindelijk heb ik alleen een spijkerbroek gekocht maar die is dan wel heel fijn en ook een beetje apart.

Over Kraków en Budapest vertel ik later meer…

RSS Bobby | 27 augustus 2007 (17:30)

Vrije tijd

Schrijf een reactie